Vorig jaar eindigde het 2025 Inktober avontuur met een groot feest op het Eiland van de Fluisterlingen in de Noordelijke IJszee. Het begon met een bevroren bemanning op de drakenboot van Kapitein Ebeling en een kroon die Oude Sam uitkoos als zijn drager. De kroon fluisterde boodschappen naar Oude Sam en leidde hem en Josefien via een draaikolk naar een zwart mistig meer. Aan de rand van dat meer vertelden twee herten aan Josefien dat zij de hoeder van de drager van de kroon was.
Hun reis leidde verder, via een pad vol zeesterren, naar een ijswereld waar ze een kaart kregen van een manta. De Zeemeermin van Min of Meer bracht gouden nectar die hen weer verwarmde en Jumbo de Olifant bracht ze naar een ontmoeting met de Reiziger. De Fluisterlingen hadden de Reiziger met prachtige beloften misleid. Daardoor scheurde de sluier tussen onze werelden en konden de Fluisterlingen ook onze wereld binnendringen. Hun stemmen beloofden alles wat iedereen graag wilde horen, maar waar was het niet.
Om de mist te keren en de fluisteringen te laten zwijgen, moest er een ritueel voltooid worden. Gelukkig werd de bemanning van de Ronde Walvis weer wakker en kon het gezelschap richting de Noordelijke IJszee vertrekken. Aan boord ontmoetten ze Ariette Adelie en Zenia Zeemeeuw. Samen reisden ze verder naar het Eiland van de Fluisterlingen. Daar wisten ze tijdens het ritueel in een verlaten kasteel de Fluisterlingen op te sluiten in een leegstaande ruimte. Nu hoefden de Luisterlingen niet meer te verdwalen. De kroon liet Oude Sam los toen haar taak volbracht was.
Na het feest gaan Oude Sam en Josefien slapen in de grote zaal van het kasteel. Vlak bij de open haard, waar ze een lekker vuurtje hebben gestookt. De anderen gaan terug naar de Ronde Walvis, de drakenboot van Kapitein Ebeling.
De volgende morgen worden ze langzaam wakker.
‘Brrr,’ zegt Josefien. ‘Volgens mij is het vuur uitgegaan. Wat is het hier koud, zeg.’
Ze kruipt bijna in Oude Sam, alsof hij ervoor kan zorgen dat ze het weer warm krijgt. Maar ook Oude Sam ligt te rillen van de kou.
‘Ik denk dat ik beter het vuur weer kan aandoen,’ zegt Oude Sam.
Hij springt op en loopt naar de mand naast de open haard toe. Hij kijkt erin, maar de mand is helemaal leeg.
‘Eh, Josefien,’ zegt hij dan. ‘Dit is gek. Al het hout is weg.’
‘Hoezo weg?’ zegt Josefien. ‘Bedoel je soms dat het hout op is?’
‘Nee,’ zegt Oude Sam. ‘Ik bedoel het zoals ik het zeg. Het hout is weg. Er ligt helemaal niets meer. Gisteravond was de mand halfvol en nu zit er niets meer in.’
‘Ligt het niet in de open haard?’ vraagt Josefien.
Oude Sam loopt naar de open haard toe.
‘Nee,’ zegt Oude Sam. ‘Hier ligt ook geen hout. Wel iets anders.’
‘Wat ligt er dan?’ vraagt Josefien.
‘Dat kan ik niet helemaal goed zien,’ zegt Oude Sam. ‘Er ligt een doek overheen. Maar ik ga kijken.’
Oude Sam trekt een punt van het doek omhoog. Voorzichtig kijkt hij eronder. Tot zijn grote verbazing ligt daar een appel. Dan houdt Oude Sam zijn adem in. Er staan vreemde tekens op de schil en opeens gaan er twee ogen open die hem aankijken.