Oude Sam en Josefien ontdekken in de open haard een appel met ogen en bewegende tekens op de schil. Als de appel wegrolt, komt er tussen de as een klein, zwartgeblakerd ding tevoorschijn. Oude Sam denkt dat het een of ander relikwie is. Zodra hij het aanraakt, gaan de ogen van de appel dicht. Het zwartgeblakerde ding begint te bewegen en er ontstaan scheuren in de buitenkant.
‘Wat gebeurt er?’ vraagt Josefien terwijl ze zich aan Oude Sam vastklampt.
‘Ik weet het niet,’ zegt Oude Sam. ‘Het lijkt wel alsof er iets in verstopt zit.’
Het zwartgeblakerde ding schudt nu flink heen en weer. Kleine stukjes breken af en vallen op de stenen. Wat eronder vandaan komt, zit nog onder een laagje roet, maar laat al wel een vorm zien.
‘Kijk,’ zegt Josefien. ‘Er zit inderdaad iets onder. Wat zou het zijn?’
Voorzichtig veegt Oude Sam met zijn poot wat van het roet weg. Er komt een klein torentje tevoorschijn.
‘Een toren?’ zegt Josefien verbaasd.
Oude Sam veegt nog wat roet weg. Er verschijnt een tweede toren. En een muur. Een poort. Kleine raampjes. Als het stopt met bewegen, is de hele buitenste laag verdwenen. Oude Sam veegt het laatste roet weg. Vol verbazing kijken ze ernaar.
‘Het lijkt wel een kasteel,’ zegt Josefien.
‘Ja,’ zegt Oude Sam. ‘Maar dan wel een piepklein kasteel.’
Josefien buigt zich naar het kasteel en zit er met haar neus bovenop. Ze tuurt door de kleine raampjes naar binnen.
‘Het lijkt wel een poppenhuis,’ zegt ze. ‘Ik zie een gedekte tafel. En er staan allemaal stoelen omheen.’
‘Laat mij eens kijken,’ zegt Oude Sam.
Josefien schuift een stukje op en Oude Sam brengt zijn neus naar het kasteel. Hij tuurt naar binnen.
‘Nou ja, zeg,’ zegt Oude Sam. ‘De tafel is niet alleen gedekt, er staan ook dampende pannen op. Alsof er ieder moment iemand aan kan schuiven.’
Een schaterlach klinkt. Oude Sam en Josefien maken van schrik een sprongetje.
‘Waar komt dat vandaan?’ sist Josefien terwijl haar haren recht overeind staan.
‘Ik heb geen idee,’ zegt Oude Sam. ‘Het leek wel alsof het uit het kasteel kwam.’
De schaterlach klinkt nog een keer. Oude Sam en Josefien kijken elkaar aan.
‘Het komt uit het kasteel,’ zegt Josefien. ‘Ik weet het zeker.’
Dan zwaaien de deuren van het piepkleine kasteel open. Met bulderend geraas komt er een enorme windvlaag naar buiten. Hij zwiert door de grote zaal en om Oude Sam en Josefien heen. Ze moeten moeite doen om niet om te vallen. Dan krijgen Oude Sam en Josefien met een enorme woesh een duw in hun rug. Ze vliegen zo het piepkleine kasteel in en buitelen over elkaar heen tot ze tegen de grote gedekte tafel tot stilstand komen. De windvlaag gaat liggen en de stilte die valt, klinkt bijna oorverdovend. Tot er opeens klinkt een stem klinkt.
‘Welkom in Miniatuur. Of moet ik zeggen: Welkom in een nieuw avontuur.’